Sponsors

Informatie F Teams

Pupillen F1, Pupillen F2 en Welpen


Veldcompetitie:

  • 2 x 15 minuten. Na 7 ½ minuten in beide helften is er een korte time-out. Er is kort   mogelijkheid tot het geven van instructies en mogelijkheid tot wisselen.
  • Na eerste 15 minuten is er 5-10 minuten rust. Na rust wordt gewisseld van korf.
  • Paal van 2 ½ meter met een grote mand.
  • Bal nr. 3
  • Veldafmeting 25 meter bij 15 meter
  • Korf op 5 meter van de achterlijn

Zaalcompetitie

  • 2x 15 minuten. Na 7 ½ minuten in beide helften is er een korte time-out. Er is kort   mogelijkheid tot het geven van instructies en mogelijkheid tot wisselen.
  • Na eerste 15 minuten is er 5-10 minuten rust. Na rust wordt gewisseld van korf.
  • Paal van 2 ½ meter met een grote mand
  • Bal nr. 3
  • Wedstrijden worden gespeeld in de gymzaal of 1/3 sporthal. Kijk per sporthal / gymzaal welke lijnen je aanhoudt. Maak het veld zo groot mogelijk (het dichtst bij 25 m. x 15 m.).
  • Korf op 3 tot 5 meter van de achterlijn (afhankelijk van afmeting veld).

 

Alle teams hebben 3 wisselmomenten (blessurewissels niet meegerekend), echter wel eerst melden bij de scheidsrechter.

Na iedere wedstrijd wordt de nevenactiviteit gespeeld, deze duurt 5 minuten.

 

BELANGRIJKE WIJZIGING M.I.V. SEIZOEN 2014-2015

 

Bij de pupillen F kan een superspeler ingezet worden. Dit is een wisselspeler van de ploeg die achterstaat. Deze speler komt extra in het veld bij een verschil van 3 doelpunten. Bij een verschil van 2 doelpunten verlaat hij weer het veld.

 

 

Handleiding scheidsrechters regio-korfbal

 

Regels bij Jeugdwedstrijden pup. F1, pup.F2 en Welpen

 

Graag voor de wedstrijd laten doornemen door de scheidsrechter!

 

Pup. F1

 

  • 4 sec. regeling bij spelhervattingen. Bij de F1-pup. mag 8 sec. aangehouden worden.
  • De bal moet binnen 10 seconden overgespeeld worden.
  • Bij de F1 kennen we geen verdedigd schieten.
  • Eenzelfde speelster mag niet tweemaal direct na elkaar doelen. Vangt zij zelf de bal af na haar doelpoging, dan moet de bal eerst overgespeeld worden.

  • Bij spelhervattingen mag de verdediging op een kleine afstand (armlengte) voor de speelster gaan staan met handen langs het lichaam of op afstand gaan staan met handen omhoog.
  • Bij een spelhervatting influiten. Dus na fluiten voor een overtreding nogmaals fluiten dat de bal gegooid kan worden.
  • Proberen zo min mogelijk opgooi ballen te geven.
  • Niet te zwaar laten verdedigen, zeker geen handen op of bijna op de bal om het gooien moeilijk te maken.
  • Niet afhouden/zwaar hinderen.
  • Als 2 speelsters denken gelijktijdig de bal te hebben nooit zeggen dat de bal voor partij A is en door laten spelen, ook als duidelijk is dat partij A de bal eerder had. Altijd fluiten en een spelhervatting geven. Dit om te voorkomen dat het team dat anders door mag spelen meteen kan doelen zonder dat de verdedigende partij zich eerst weer goed op kan stellen.
  • Voetbal geldt voor op of onder de knie, altijd fluiten.
  • Duiken op de bal mag niet, altijd fluiten.
  • Er worden strafworpen gegevenKinderen uitleggen waarom.
  • Er worden geen vrije worpen gegeven.
  • Bij een achterstand van 3 doelpunten mag de superspeler worden ingezet. Dit is een wisselspeler van de ploeg die achter staat. Men speelt dan dus met 5 tegen 4. Bij een verschil van 2 doelpunten verlaat de wisselspeler weer het veld (NIEUW 2014-2015).
  • Scheidsrechter mag niet coachen.
  • Coaches mogen ook in het veld coachen
  • Na 7 ½ minuten spelen in de eerste en tweede helft is er een korte time-out. Mogelijkheid voor de leiding tot het geven van korte instructies en mogelijkheid tot wisselen (NIEUW 2014-2015).
  • We hebben 3 wisselmomenten per wedstrijd, uitgezonderd blessurewissels. Na 7 ½ minuten spelen in de 1e helft, in de rust, en na 7 ½ minuten spelen in de 2e helft. Aangeven bij de scheidsrechter dat er gewisseld wordt.

Pup. F2 en Welpen

 

  • 4sec. regeling bij spelhervattingen. Bij de F2-pup en welpen mag 10 sec. aangehouden worden.
  • De bal moet binnen 10 seconden overgespeeld worden
  • Bij de F2 en welpen kennen we geen verdedigd schieten
  • Na iedere doelpoging moet de bal eerst worden overgespeeld voor opnieuw gedoeld mag worden.
  • Bij spelhervattingen mag de verdediging op kleine afstand (armlengte) voor de speelster gaan staan met handen langs het lichaam of op 2 ½ m. afstand gaan staan met handen omhoog.
  • Bij een spelhervatting influiten. Dus na fluiten voor de overtreding nogmaals fluiten dat de bal gegooid kan worden.
  • Proberen om zo min mogelijk opgooiballen te geven.
  • Niet te zwaar laten verdedigen, zeker geen handen op of bijna op de bal om het gooien moeilijk te maken.
  • Niet afhouden/zwaar hinderen.
  • Als 2 speelsters denken gelijktijdig de bal te hebben nooit zeggen dat de bal voor partij A is en door laten spelen, ook al is duidelijk dat partij A de bal eerder had. Altijd fluiten en een spelhervatting geven. Dit om te voorkomen dat het team dat anders door mag spelen meteen kan doelen zonder dat de verdedigende partij zich eerst weer goed op kan stellen.
  • Voetbal geldt voor op of onder de knie, altijd fluiten.
  • Duiken op de bal mag niet, altijd fluiten.
  • Er worden strafworpen gegeven. Uitleggen waarom. We noemen het hier “vrije doelkans voor de korf”.
  • Er worden geen vrije worpen gegeven.
  • Bij een achterstand van 3 doelpunten mag de superspeler worden ingezet. Dit is een wisselspeler van de ploeg die achter staat. Men speelt dan dus met 5 tegen 4. Bij een verschil van 2 doelpunten verlaat de wisselspeler weer het veld.
  • Scheidsrechter mag niet coachen.
  • Coaches mogen ook in het veld coachen.
  • Na 7 ½ minuten spelen in de eerste en tweede helft is er een korte time-out. Mogelijkheid voor de leiding tot het geven van korte instructies en mogelijkheid tot wisselen.
  • We hebben 3 wisselmomenten per wedstrijd, uitgezonderd blessurewissels. Na 7 ½ minuten spelen in de 1e helft, in de rust, en na 7 ½ minuten spelen in de 2e helft. Aangeven bij de scheidsrechter dat er gewisseld wordt.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!